Paleo hamburger broodjes

Ik had al een paar pogingen gewaagd, maar echt succesvol waren ze toch niet te noemen. Eetbaar, ja. Goed te doen. Valt mee. Maar de textuur van een echt broodje kreeg ik toch nooit te pakken.  Met amandelmeel waren ze te zwaar, met kokosmeel te droog (en mijn darmen houden daar niet van, helaas!), met tapioca te taai. Enter mijn nieuwe favoriete meelsoort: cassave! OK, het is niet gelijk een echte pistolet of broodje van bij de bakker, maar wel lekker! Ze laten zich mooi snijden en vallen niet uit elkaar (wat met noten- of kokosmeel wel makkelijk gebeurd). En ook de smaak komt eigenlijk best dicht bij een broodsmaak. Mijn altijd sceptische zonen (toch zeker wat het brood-achtige baksels betref) vonden ze lekker. En ik heb zelf ook gesmuld! Voor mij was eentje meer dan genoeg, mijn puberjongens hebben er wel 2 gegeten, en als ik ze niet tegenhield nog een 3de ook (waar blijven ze het steken, die jongens!).

  • 250 ml lauwe amandelmelk
  • 150 à 250 ml lauw water
  • 1 eetlepel vetstof (ik gebruikte reuzel, maar ghee of boter kan ook)
  • 2 theelepels droge gist
  • 500 gr cassavemeel
  • 2 eetlepels psyllium husk (vlozaadvezel)
  • 1 theelepel zout
  • 1 ei + 1 losgeklopt ei
  • sesamzaadjes

Doe de lauwe melk, gesmolten vetstof en gist in een kommetje en meng goed. Laat 5 minuten staan.

Doe ondertussen het cassavemeel, de vlozaadvezel en het hele ei in de mengkom van een keukenmachine (of een grote kom). Voeg het gistmengsel toe en begin te mengen. Voeg nu beetje bij beetje het lauwe water toe tot je een stevig maar niet te droog deeg krijgt.

Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken en rol er bolletjes van. Leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat. Laat 45 minuten rijzen.

Bestrijk de broodjes met het losgeklopte ei en bestrooi met sesamzaadjes.

Verwarm de oven voor op 190°C en bak de broodjes gedurende 20 minuten. Laat ze op een rooster afkoelen.

Broccolipuree met pijnboompitjes en basilicum

Ik heb het geprobeerd he, maar het lukt niet. Ook deze keer weer niet. Gewoon een recept namaken, ik kan dat niet! Een recept is voor mij een bron van inspiratie, ik ga ermee aan de slag, maar ik verander altijd wel iets. Ik zag deze broccoli-puree met basilicum passeren op Paleo.be en ik wist dat ik die wou maken, maar als ik naar het recept keek gingen de radertjes in mijn hoofd er meteen mee aan de haal. Hmm, die look meekoken, en dan gewoon die olijfolie eronder? Dat kan krachtiger, dat ga ik zo en zo en zo doen. En zo gaat dat elke keer. Niet dat ik dat erg vind, want meestal klopt het wel. Ik was bang dat het originele recept wat aan de flauwe kant zou zijn voor onze smaakpapillen, want wij houden wel van stevige smaken hier :) . Umami, noemen ze dat. En umami zit in verschillende dingen, bv. in tomaten. Of in (gedroogde) paddestoelen. En ook in ansjovis, en daarom deed ik die erbij. En zo was hij toch net pittig genoeg. Ik eet momenteel weer geen nachtschades, want anders had ik er zeker ook een flinke snuf chilivlokken onder gedaan!

  • 3 stronkjes broccoli, ik heb de stronken zelf gepeld en in fijne stukjes bij de roosjes gedaan
  • 3 teentjes knoflook, in 4 gesneden
  • +/- 6 eetlepels olijfolie
  • 100 gr pijnboompitjes
  • 10-tal blaadjes basilicum (ik gebruikte Thaise basilicum, want die had ik staan)
  • 4 flinke ansjovisfilets
  • zeezout en versgemalen zwarte peper
  • eventueel flinke snuf chili (vlokken of poeder)

Doe de broccoli (roosjes + stukjes stronk) en een kookpot, voeg water toe tot de roosjes bijna onderstaan, breng aan de kook en laat een 10-tal minuten koken. Giet ze dan af in een vergiet.

Giet ondertussen de olijfolie in een steelpannetje, voeg de ansjovisfilets en de knoflookstukjes toe en zet op een laag vuurtje. Laat de olijfolie een 5-tal minuten pruttelen, tot de ansjovisfilet opgelost is en de knoflook lichtbruin kleurt. Zet opzij. Rooster de pijnboompitten op middelhoog vuur in een droge koekenpan, tot ze een mooi bruin kleurtje hebben. Zet opzij.

Doe de broccoli (eventueel in delen) in een keukenrobot, voeg de olijfolie met ansjovis en knoflook toe en maal tot een grove puree. Voeg 2 handenvol pijnboompitten toe en laat nog kort draaien, tot de pijnboompitten fijngehakt zijn. Breng op smaak met zeezout en zwarte peper. Als de puree te droog is nog een beetje olijfolie bijvoegen.

Garneer met de overige pijnboompitten (en een ansjovisfilet, voor de liefhebbers – ik ben er dol op!). Serveer met een lekker stukje varkensvlees, zoals deze heerlijk lekkere kotelet van Mangalica varken.

Paleo soezen: glutenvrij, melkvrij en heerlijk lekker!

Soezen, éclairs, choukes, wie kent ze niet? Bij de bakker hier in België liggen de langwerpige éclairs met pastijbakkersroom of ronde soezen met slagroom en vers fruit te blinken in de etalage. In het buitenland zie je ze eerder als roomsoezen of als de kleine, ronde profiteroles, overgoten met chocoladesaus. Enige tijd terug maakte ik ze al met tapioca zetmeel en boter als vetstof, vandaag wou ik ze ook lactose-vrij maken. Ik maakte vandaag 2 versies: de eerste is met ghee, de 2de met kokosolie. Beide zwollen mooi op in de oven, maar alleen de versie met ghee proefde net als “the real thing”. De versie met kokosolie is niet krokant maar zacht, en is vanbinnen eerder cake-achtig in plaats van hol. De smaak is niet slecht, en ja ze zijn lekker, maar niet als echte soezen dus.

Ik wou de soezen vullen met melkvrije banketbakkersroom (op basis van amandel- en kokosmelk), maar daar liep iets mis mee (ja, dat gebeurt mij ook!): hij wou maar niet opstijven. Ik heb er dan maar ijs van gemaakt en daar de soezen mee gevuld, waarna ik ze afwerkte met chocolade ganache. Een uurtje in de diepvriezer en dan proeven maar! Mijn testpubliek: alle 3 mijn puberzonen. De oudste is echt anti-‘granenvrij’ (hij verzucht regelmatig of ik niet “gewoon” kan bakken voor hem: nee dus, mijn keuken blijft glutenvrij!) en hij vond de soezen heel erg lekker! Hij zei dat je er niet aan kan proeven dat ze granenvrij zijn :D . Dat vind ik het grootste compliment dat hij kon geven :D .

  • 50 gr ghee of boter (kokosolie kan ook, maar lees hierboven waarom ik het niet aanraad)
  • 100 ml water
  • 75 gr cassavemeel OF tapioca (cassavemeel is een fijn meel, gemaakt van de hele manioc-wortel. Tapioca is enkel het zetmeel; gebruik niet de bolletjes, maar het poeder!)
  • 2 eieren
  • 1 losgeklopt ei
  • banketbakkersroom (recept volgt nog), vanille-ijs of opgeklopte slagroom voor de vulling
  • 50 gr pure chocolade en 50 gr kokosroom voor de ganache

Verwarm de oven voor op 220°C.

Doe het water met de vetstof in een steelpan en breng aan de kook. Neem de pan van het vuur, voeg het meel in één keer toe en roer flink met een spatel tot een vast deeg. Zet de steelpan terug op een laag vuur en roer de deegbal droog tot hij niet meer aan de bodem kleeft: roer flink en wees niet te snel tevreden, deze stap is belangrijk! Je krijgt er wel stevige bovenarmen van :D . Haal de pan weerom van het vuur en voeg het eerste ei toe. Roer stevig met de spatel tot het deeg het ei volledig heeft opgenomen en weer een stevige bol vormt. Voeg het 2de ei toe en roer weer flink met de spatel tot het deeg weer het hele ei heeft opgenomen. Als je nu een deel van het deeg op je spatel neemt, moet dit er als een dikke blob afglijden. Als het deeg nog te stevig is, voeg dan nog een deel van het losgeklopte ei toe (een klein beetje per keer! Beter wat te weinig als teveel!). Als het deeg goed gemengd is, doe het dan in een spuitzak met effen spuitmond. Bekleed een bakplaat met bakpapier, en spuit staafjes van +/- 10 cm lengte (voor éclairs) of rondjes van +/- 5 cm doorsnee (voor soezen) op de bakplaat. Laat voldoende ruimte (ruim 5 cm) tussen elk staafje/rondje, want de soezen verdubbelen in omgang!

Bestrijk de bovenkant van de soezen met de overschot van het losgeklopte ei. Ga voorzichtig met de bolle kant van een vork over de bovenkant (dit vermindert de kans op “wildbakken”). Zet de bakplaat in de oven en laat 15 minuten bakken. Zet dan de ovendeur op een kiertje om de damp te laten ontsnappen (ik stopte er een opgevouwen pannenlapje tussen, zodat de deur niet te ver open stond) en laat zo nog 5 minuten bakken. Haal de plaat uit de oven en laat de soezen afkoelen op een rooster.

Maak de ganache: snijd 50 gr chocolade in kleine stukjes en doe deze in een kommetje. Verwarm 50 gr kokosroom tot het kookpunt en giet dat over de stukjes chocola. Laat even staan en roer dan met een garde tot een gladde ganache.

Doe de banketbakkersroom (of het vanille-ijs, zie basisrecept hier – laat de speksnoepjes weg) in een spuitzak met effen spuitmond. Maak een gat in elke soes en spuit ze vol vulling. Je kan de soezen ook opensnijden en vullen met opgeklopte slagroom en schijfjes vers fruit (heerlijk met aardbeien!). Doop de bovenkant van de soezen in de ganache en zet in de koelkast/ diepvriezer om de ganache te laten opstijven.

Als je de soezen vult met ijs, haal ze dan 15 minuten voor consumeren uit de diepvriezer, zodat het ijs wat zachter kan worden.

Soezen

 

Feestje op mijn Facebook pagina!

Mijn Facebookpagina heeft de laatste weken zoveel nieuwe likes erbij, dat ik vond dat dat gevierd moest worden. En Elke van Paleo.be vond dat ook, dus mocht ik van haar een maand aan weekmenu’s weggeven! Wil jij ook kans maken op 1 maand aan paleo weekmenu’s? Kijk dan hier wat je moet doen!

Win 1 maand aan paleo weekmenu's

Win 1 maand aan paleo weekmenu’s

Crunchy paleo fishsticks

Can you tell it’s a school vacation again? I have time to experiment in the kitchen and post on my blog! Today I wanted to make paleo fishsticks that aren’t soggy, but crunchy on the outside, without using nuts. And I succeeded! The ‘secret ingredient’? Coarse cassava meal or Gari! Unlike tapioca starch, cassave meal is made out of the whole manioc root. Gari has a texture that even looks like panko or breadcrumbs, so I thought I’d give it a try. It was a hit! I made half of the fish sticks ‘plain’, and added paprika (half sweet, half smoked) to the other half. Next time I’ll add a little chili-powder too, but they were really good like this too.

  • 750 gr pollock fillet, or other firm white fish (like cod), cut in strips about 1 inch large
  • 2 tablespoons of tapioca starch (or arrowroot)
  • 1 teaspoon celtic sea salt
  • 1 teaspoon of freshly ground black pepper
  • 2 eggs, beaten
  • 1 tablespoon tapioca starch
  • 4 tablespoons cassava grit (gari)
  • 1 teaspoon sweet paprika
  • 1 teaspoon smoked paprika
  • coconut oil
  • ghee

Pour the 2 tbsps of tapioca (or arrowroot), salt and pepper to a plastic bag. Add the fish, close the bag and shake it, so that all the pieces are coated with tapioca starch. Put the beaten eggs in a container big enough to fit a few pieces of fish. Mix the 1 tbsp of tapioca with the cassava grit and paprika (you can omit the paprika if you don’t like it) in another container. Coat every piece of fish with the beaten egg, then roll it in the cassava grit. Put the coated pieces of fish on a plate.

Put a thick bottomed frying pan on medium high heat, add enough coconut oil and ghee (half/half) so that there’s about 1/2 inch of oil in the pan. When the oil is hot fry the pieces of fish (in 2 – 3 batches) for about 5 – 8 minutes, turning them around 2 – 3 times. Remove the fish sticks from the pan to a plate and keep warm until all pieces are done.

Serve with a side salad, sweet potato fries and some homemade tartar sauce.

Valt het op dat het weer een schoolvakantie is? Ik heb weer tijd om in de keuken te experimenteren en om de resultaten op mijn blog te plaatsen! Vandaag wou ik me eens aan paleo fishsticks wagen die niet zompig en klef zijn, maar lekker krokant vanbuiten, en zonder noten te gebruiken. En dat is gelukt! Het ‘geheime ingrediënt’? Cassavemeel! Cassavemeel is niet hetzelfde als tapioca: tapioca is enkel het zetmeel, terwijl cassavemeel gemaakt is van de hele manioc wortel. De textuur van het grove cassavemeel of Gari dat ik gebruikte (dat ik overigens in een Indisch winkeltje rondom het Sint-Jansplein in Antwerpen vond) heeft zelfs wat weg van panko of paneermeel, dus besloot ik het daarmee eens te proberen. Dat bleek een goed idee! Ik maakte de helft van de fishsticks ‘gewoon’, bij de andere helft deed ik (half om half) zoete en gerookte paprika bij. Ze waren beide lekker, maar ik denk dat ik volgende keer een snufje chilivlokken (of piment d’Espelette) bij de paprika doe.

  • 750 gr koolvisfilet (of andere stevige witte vis, zoals kabeljauw), in brede repen (ong. 2,5 cm) gesneden
  • 2 eetlepels tapioca zetmeel (of arrowroot)
  • 1 theelepel zeezout
  • 1 theelepel versgemalen zwarte peper
  • 2 eieren, losgeklopt
  • 1 eetlepel tapioca zetmeel
  • 4 eetlepels grof cassavemeel (of Gari)
  • 1 theelepel zoete paprika
  • 1 theelepel gerookte paprika
  • kokosolie
  • ghee

Doe 2 eetlepels tapioca (of arrowroot), zout en peper in een plastic zakje. Voeg de stukken vis toe, sluit het zakje en schud ermee, zodat alle stukken vis bekleed zijn met een laagje gekruide tapioca. Doe de losgeklopte eieren in een kom of diep bord. Meng 1 eetlepel tapioca met het cassavemeel en de paprika (je kan de paprika ook weglaten als je wil, en/of een snufje chilipeper toevoegen) in een ander bord. Haal elk stuk vis door het ei, rol ze daarna door het cassavemeel mengsel. Leg de stukken vis op een bord.

Zet een pan met dikke bodem op middelhoog vuur en voeg genoeg kokosolie en ghee toe (half om half) zodat er ongeveer 1 cm vetstof in de pan zit. Als de vetstof heet is bak je de vis (in 2 – 3 batches) gedurend 5 à 8 minuten, draai hem 2 à 3 keer om. Haal de stukken vis als ze gaar zijn uit de pan en houd ze warm tot alle stukken klaar zijn.

Serveer met een slaatje, zoete aardappelfrietjes en zelfgemaakte tartaarsaus.

Rhubarb crumble

I first made this recipe as an apple crumble, but it’s just as good with rhubarb. I’ll give you directions for both, so this is actually 2 recipes in one :D .

For the crumble:

  • 50 gr chestnut meal
  • 30 gr arrowroot or tapioca starch
  • 75 gr almond flakes
  • 75 gr walnuts, in pieces
  • 50 gr coconut sugar
  • 150 gr cold vanilla ghee (see below)
  • 1/2 vanilla stick (for the vanilla ghee)

For the rhubarb:

  • 1 kg rhubarb, peeled and diced
  • 50 gr vanilla ghee
  • 1/4 cup coconut sugar

If you’re making apple crumble instead of rhubarb:

  • 6 big apples, cored, peeled and sliced
  • 50 gr vanilla ghee, melted
  • 1/8 cup coconut sugar

Start the day before (or a few hours in advance) by making the vanilla ghee: melt 200 gr of ghee in a heavy bottomed pan. Cut the half vanilla stick in 2 and remove the seeds. Add the stick and seeds to the ghee and let it simmer for about 10 minutes. Let it cool and harden in the fridge.

Preheat the oven to 175°C (350°F).

Make the crumble by mixing all the ingredient with your fingers. Don’t overdo it, you don’t want a dough, but a lot of crumbles.

Mix the rhubarb (or the apples) with the melted ghee and coconut sugar and pour them in a pie dish. Top with the crumble. Let it cook in the oven for 55 minutes. Let it cool 10 minutes and serve with vanilla ice cream or some coconut cream.

Rhubarb crumble

Ik heb dit recept al eerder gemaakt als appel crumble, maar nu komt rabarber in het seizoen dus moest ik hem zo eens proberen, en dat is zeker zo lekker. Ik zet instructies voor beide hieronder, dan heb je 2 recepten voor de prijs van 1 :D .

Voor de crumble:

  • 50 gr kastanjemeel
  • 30 gr arrowroot of tapiocazetmeel
  • 75 gr amandelschilfers
  • 75 gr walnoten, in stukjes gehakt
  • 50 gr kokosbloesemsuiker
  • 150 gr koude vanille ghee of boter (zie lager)
  • 1/2 vanillestokje (voor de vanille ghee)

Voor de rabarber:

  • 1 kg rabarber, gepeld en in stukjes gesneden
  • 50 gr vanille ghee
  • 1/4 cup kokosbloesemsuiker

Als je liever appel crumble maakt:

  • 6 flinke stoofappels, gepeld en in schijfjes gesneden
  • 50 gr vanille ghee, gesmolten
  • 1/8 cup kokosbloesemsuiker

Begin een dag op voorhand (of een paar uur) met de vanille ghee: smelt 200 gr ghee of boter in een pannetje met dikke bodem. Snijd het halve vanillestokje in de lengte doormidden en haal er met de achterkant van een mes de zaadjes uit. Doe het stokje en de zaadjes bij de ghee en laat 10 minuten sudderen. Laat afkoelen en opstijven in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 175°C (350°F).

Maak de crumble door alle ingrediënten met je vingers te mengen. Meng niet te lang, het moet geen homogeen deeg worden maar allemaal kruimels.

Meng de rabarber (of de appels) met de gesmolten ghee en kokosbloesemsuiker en verdeel dit over de bodem van een keramische taartvorm. Verdeel de kruimels hierover. Bak gedurende 55 minuten in de oven. Laat 10 minuten afkoelen en serveer met vanille-ijs of (kokos)room.