Triple choc muffins

Morgen vertrek ik met manlief voor 3 weken op vakantie naar de USA, en ja, ik ben daar lichtjes gestressed over. Want ik ging nog nooit buiten Europa/zo ver van huis. Ik ging nog nooit zo ver weg van mijn kinderen. En ik ging nog nooit zo lang weg van mijn kinderen. Dus, ook al kijk ik er al maanden reikhalzend naar uit, en ook al heb ik bakken “goesting”, een beetje stress hoort erbij. En wat is de beste remedie tegen stress? Juist ja, chocolade. En voor mij ook: bakken. In de luchthaven van Zaventem is een Starbucks, en toen ik bijna een maand geleden de jongens op het vliegtuig naar Sicilië ging zetten zag ik daar een joekel van een chocolade-muffin staan. Het water liep me in de mond, maar ja, zo’n glutenbommetje daar word ik alleen maar ziek van. Maar met die muffin in het achterhoofd ging ik aan de slag om een recept uit te werken. Ik wou chocola, chocola, chocola, en twijfelde tussen een combi met koffie of met hazelnoot. En die laatste heeft gewonnen. Of ze geslaagd zijn? Wel, nadat jongste zoon er één had gegeten vroeg ik hem: “Lou,zijn ze ‘blog-waardig’?” Zijn antwoord? “HELL YEAH!” Duidelijk, lijkt mij (ik vind ze trouwens zelf ook verschrikkelijk lekker! Ik hoop dat er morgen nog over zijn om in mijn handbagage mee te smokkelen ;) ).

  • 125 gr hazelnoten, 10 minuten geroosterd op 170°C, afgekoeld en fijngemalen
  • 75 gr cassavemeel (tapioca of arrowroot kan ook wel denk ik, maar nog niet getest!)
  • 50 gr cacao
  • snufje vanille
  • 1 theelepel natriumbicarbonaat
  • 1 theelepel wijnsteenbakpoeder (cream of tartar)
  • snuf zeezout
  • 75 gr kokosbloesemsuiker
  • 100 ml gesmolten kokosolie
  • 100 ml lauw water
  • 2 à 3 eieren (ik had 3 kleine eitjes, samen 135 gr)
  • 100 gr chocolate chips
  • eventueel: choco (ik gebruikte deze, omdat ik die in huis had, maar je kan ook zelf maken met dit recept)

Verwarm de oven voor op 170°C.

Meng in een mengkom alle droge ingrediënten (behalve de chocolate chips). Meng in een aparte kom de kokosolie, het water en de eieren. Giet dit mengsel bij de droge ingrediënten en roer tot een homogeen deeg met een spatel. Voeg de chocolate chips toe en meng goed.

Doe siliconen of papieren (deze kleven nadien wel wat aan de muffins!) cupcakevormpjes in een muffinvorm (van 12 muffins). Verdeel de helft van het beslag over de 12 vormpjes. Doe een theelepeltje choco in elk vormpje en bedek dan met de rest van het beslag.

Bak gedurende 25 minuten. Laat afkoelen op een rooster (of eet er al snel eentje terwijl hij nog warm is ;) ). Smakelijk!

Tomorrow I’m leaving for a 3 week holiday with my husband to the USA, and yes, it’s slightly freaking me out. Because I’ve never been this far from home/outside Europe. Because I’ve never been this far away from my children. And because I’ve never been away for so long from my kids. So even though I’ve been looking forward to it for months, and I’m sure I’m going to have the best time ever, a little stress is part of the deal. And what’s the best stress-remedy? That’s right, chocolate. And for me: baking. There’s a Starbucks in the airport, and when I brought the boys to the airport for their holiday in Sicily I saw they had a huge chocolate muffin. I was drooling all over the place, but sadly this kind of gluten-bomb just makes me ill. So I wanted to create a muffin that was equally drool-worthy. I wanted chocolate, chocolate, chocolate, and coffee or maybe hazelnuts. I went for the hazelnuts. You want to know if they’re good? Well, after my youngest ate one I asked him: “Lou, are they ‘blog-worthy’?” His answer? “HELL YEAH!”  (actually I think they’re awesome and hope the boys don’t eat all of them before tomorrow, so that I can bring a few on the airplane with me!)

  • 125 gr (4.4 oz) hazelnuts, roasted for 10 minutes at 340°F, cooled and ground
  • 75 gr (2.65 oz) cassava flour (tapioca or arrowroot should be fine too I think, but I haven’t tested that yet!)
  • 50 gr (1.75 oz) cacao
  • a pinch of vanille
  • 1 teaspoon sodium bicarbonate
  • 1 teaspoon cream of tartar
  • a pinch of seasalt
  • 75 gr (2.65 oz) coconutsugar
  • 100 ml (1/3 C + 1.5 tablespoon) coconut oil
  • 100 ml (1/3 C + 1.5 tablespoon) lukewarm water
  • 2 – 3 eggs (I used 3 small eggs, if you have big eggs use only 2)
  • 100 gr (3.5 oz) chocolate chips
  • chocolate hazelnut spread (I used this one because I had it in my cupboard, but you can make your own with this recipe)

Preheat the oven to 170°C/340°F.

In a bowl mix all the dry ingredients (except the chocolate chips). In a separate bowl mix the coconut oil, water and eggs. Pour the wet ingredients into the dry ingredients and mix well with a spatula. Add the chocolate chips and mix well.

Put silicon or paper cupcake liners (paper ones will stick to the muffins!) in a muffin-tin (12 muffins). Divide half of the batter pver the 12 liners. Add 1 teaspoon chocolate/hazelnut spread in each muffin, then cover with the remaining batter.

Bake for 25 minutes. Let them cool on a wire rack (or quickly eat one when they’re still warm ;) ). Enjoy!

Paleo Tiramisù

Tiramisù, ik dacht echt dat ik het nooit meer zou (kunnen) eten. Want de koekjes kan je nog vervangen, maar hoe maak je een lekkere tiramisù zonder mascarpone? Want helaas zijn melkproducten ook niet echt vriendjes met mijn lijf :( . En toen vond ik in de bio-winkel kokos-yoghurt. Deze yoghurt is gemaakt van kokosmelk en bevat daarbuiten enkel fermenten en een beetje tapioca. Het is een lekkere dikke yoghurt, een beetje zoals Griekse yoghurt, waarschijnlijk dankzij de tapioca. Zo dik, dat ik dus meteen aan mascarpone dacht en moest proberen of ik er tiramisù mee kon maken! Al is hij ook heerlijk gewoon zo met wat vers fruit en noten en zaden erover! Of gemengd met wat diepvriesfruit (frambozen, rode vruchten,…) voor een instant yoghurt-ijsje tijdens een hete zomerdag. Dus ging ik aan de slag en gebruikte ik de bezoekers van mijn kleine neefje’s eerste verjaardagsfeestje als onwetende proefkonijnen. Van de hele schotel bleven maar 2 stukjes over, en ik heb niemand een vol bordje zien terug leggen, dus zo slecht zal het niet zijn geweest zeker? Uiteraard smaakt hij niet 100% zoals tiramisù, want door de kokos-yoghurt zit er een lichtzurige, lichte kokossmaak aan. Maar lekker vond ik hem wel!

Ik bakte een genoise met koffie om te gebruiken in de plaats van savoiardi, de Italiaanse vingerkoekjes die normaal gebruikt worden in tiramisù. Deze genoise is lekker luchtig, en absorbeert het vocht dat vrijkomt uit de yoghurt-crème, zonder dat hij ‘zompig’ wordt.

Voor de genoise:

  • 8 eieren, gesplitst
  • 2 x 50 gr kokosbloesemsuiker
  • snufje vanillepoeder
  • 2 eetlepels gemalen koffie
  • 50 gr cassavemeel (of 25 gr kokosmeel)
  • 50 gr amandelmeel

Verwarm de oven voor op 175°C. Vet een bakplaat van ongeveer 25 x 35 cm in met vet (kokosolie, boter of ghee), bekleed met bakpapier en vet ook het bakpapier lichtjes in.

Klop de 8 eiwitten op, als je ziet dat ze beginnen op te stijven voeg je 50 gr kokosbloesemsuiker toe. Zet opzij als de eiwitten in stijve pieken geklopt zijn.

Klop in een andere kom de dooiers met 50 gr kokosbloessemsuiker, de vanille en de gemalen koffie tot een crème. Voeg het cassavemeel (of kokosmeel) en het amandelmeel toe en roer het onder de dooiers. Voeg een flinke schep opgeklopt eiwit toe, en roer het onder het beslag zodat dit al wat luchtiger wordt. Voeg dan de rest van het opgeklopte eiwit erbij en spatel dit voorzichtig onder het beslag. Giet het beslag in de bakplaat en strijk het plat met een spatel.

Bak gedurende 17 minuten in de oven. De genoise is klaar als hij terugveert als je er zachtjes op drukt. Keer de bakplaat om op een rooster en leg een vochtige handdoek op het bakpapier. Laat een paar minuten rusten en verwijder dan het bakpapier. Laat afkoelen.

Voor de ‘mascarpone’-crème:

  • 500 gr kokos-yoghurt (als je wel tegen melkproducten kan zou je deze dus wel kunnen vervangen door mascarpone)
  • 4 eieren, gesplitst
  • 6 eetlepels kokosbloesemsuiker (minder kan; ik deed dat niet, omdat hij voor een “niet-paleo” publiek bedoeld was)
  • een scheut marsala, als alcohol geen probleem is ;) (nooit, NOOIT amaretto in de tiramisù. Echt mensen, doe het niet!!! Als je geen marsala vindt gebruik dan koffielikeur of een andere likeurwijn zoals madera)

Klop de eiwitten tot stijve pieken en zet opzij. Klop in een andere kom de dooiers met de suiker tot een crème. Voeg de kokos-yoghurt  en de scheut marsala toe en roer tot een homogene room. Hef de eiwitten eronder met een spatel.

De tiramisù:

  • cacao (of voor een extra feestelijk accent geraspte pure chocola)
  • 1 klein kopje espresso-koffie

Snijd de genoise in 2 gelijke delen. Leg 1 deel in een diepe schotel zo groot (of klein beetje groter) als het stuk genoise. Sprenkel hier een half kopje espresso over. Dit is niet veel, maar het is niet de bedoeling om de genoise al helemaal met vocht te verzadigen, omdat er nog redelijk wat vocht uit de crème zal komen! Verdeel de helft van de crème over de genoise en bedek met een laag cacao of chocoladeschilfers. Herhaal met het 2de stuk genoise, besprenkel met de rest van de koffie, verdeel de rest van de crème erover en dek af met een flinke laag cacao of chocoladeschilfers.

Laat minstens 6u opstijven in de koelkast. Je kan dit gerust daags tevoren klaarmaken. Bewaar in de koelkast tot het tijd is om de tiramisù op te eten.

English recipe, especially for my US based friend Jenn :D 

For the genoise biscuit:

  • 8 eggs, separated
  • 2 x 50 gr (1.75 oz) coconut sugar
  • pinch of vanillapowder
  • 2 tablespoons ground coffee
  • 50 gr (1.75 oz) cassave flour (or 25 gr/0.9 oz coconut flour)
  • 50 gr (1.75 oz) almond meal

Preheat the oven to 175°C/350°F. Grease a 25 x 35 cm (10 x 14 inch approximately) cookie sheet (with coconut oil, butter or ghee), line with parchment paper and also lighlty grease the parchment paper.

Beat the 8 egg whites; when you see they start to stiffen add 50 gr of coconut sugar and continue to beat until they are stiff. Put aside.

In a separate bowl beat the yolks with the other 50 gr of coconut sugar, vanilla and ground coffee. Add the cassave flour (or coconut flour) and the almond meal and mix. Add a big dollop of egg white and mix it in, in order to soften the dough. Add the rest of the egg whites and carefully mix them in with a spatula. Pour the dough in the cookie sheet and flatten it with a spatula.

Bake in the oven for 17 minutes approximately. The genoise biscuit is done when it bounces back after you carefully press it. Turn the genoise upside down on a wire rack and cover with a damp towel. Let it rest a few minutes, then remove the towel and the parchment paper. Let it cool completely.

For the ‘mascarpone’-creme:

  • 500 gr/1.1 lb coconut yogurt (it should have the consistency of thick, greek yogurt! If you’re not sensitive to dairy you can use mascarpone)
  • 4 eggs, separated
  • 6 tablespoons coconut sugar (you could use less; I didn’t, because I made it for  “non-paleo” people who are used to sweeter stuff)
  • a dash of marsala, if alcohol is not a problem for you ;) (never, EVER use amaretto in tiramisù. Really, don’t!!! AIf you can’t find marsala use a coffee liquor)

Beat the egg whites until they are stiff and put aside. In a separate bowl beat the yolks with the sugar. Add the coconut yogurt (or mascarpone or good quality cream cheese) and marsala and mix. Carefully add the egg whites with a spatula.

Making the tiramisù:

  • good quality cacao (or you could grate a good quality dark chocolate, for an extra chocolate-y taste)
  • 1/4 C very strong espresso coffee

Cut the genoise biscuit in 2 equal parts. Put one part in a deep dish about the size (or just slightly larger) as the half biscuit. Drizzle with half the espresso. This is not much, but the genoise will absorb a lot of moist coming out of the cream, so you don’t want to saturate it too much with coffee! Divide half the ‘mascarpone’ cream over the biscuit and cover with a layer of cacao or grated chocolate. Add the 2nd piece of genoise on top, drizzel with the rest of the espresso, add the rest of the cream and finish with a layer of cacao or grated chocolate.

Allow the tiramisù to set for at least 6 hours in the fridge. You can make the tiramisù up till one day in advance, just keep in the fridge until it’s time to be consumed.

Vegan pasta-saus

Afgelopen zaterdag hadden wij naar jaarlijkse traditie ons straatfeest. Meestal doen we dan een BBQ, maar dit jaar werd in het straatfeestcomité (waar man en ik deel van zijn) beslist om eens iets anders te doen. Pasta ging het worden, met 4 verschillende sauzen. Trots als ik ben op “mijn” Bolognese-saus had ik die graag gemaakt, maar er werd beslist dat ik een vegetarische saus moest maken. OK dan, maar ik wou niet zo’n traditionele tomatensaus met stukken courgette, paprika, champignons en wat nog meer. Ik ging voor de textuur van bolognese-saus, maar dan in een paleo-proef vegan versie. De ‘punch’ in deze saus komt voor een groot deel van de zongedroogde tomaten-pasta die ik gebruik. Deze is door mijn mama zelf gemaakt: zongedroogde tomaatjes (die mama op haar dakterras in Sicilië droogt met zout) worden samen met basilicum en chili-pepertjes door de gehaktmolen gehaald. Mama maakt deze elke zomer en ik heb steeds een voorraadje in mijn diepvriezer en een potje in mijn koelkast staan om als smaakmaker aan gerechten toe te voegen. Je kan deze dus vervangen door fijngehakte zongedroogde tomaatjes, een paar blaadjes basilicum en een fijngesneden chili-pepertje. Helaas heb ik geen smakelijke foto van de saus (echt, ze ziet er niet uit, maar is wel erg lekker hoor!), dus voeg ik een close-up van mama’s tomatenpasta toe :) .

Op de dag van het straatfeest zelf was er enkel pasta-met-gluten, en ik had geen zin om voor mezelf ‘zucchetti’ te maken, dus ik heb deze saus als dipsaus gegeten met  plantain chips (chips van bakbanaan, ik vond deze in Indische winkeltjes in Antwerpen). Dus ook als dipsaus is deze saus lekker!

  • 1 flinke gele ui, gesnipperd
  • 2 teentjes knoflook, fijngesneden
  • 2 aubergines, in grove stukken gesneden
  • 500 gr (kastanje)champignons, gekuist
  • 2 eetlepels zongedroogde tomatenpasta (zie boven)
  • 1 fles passata (ook deze maakt mijn mama zelf, heerlijk toch!)
  • 1 eetlepel Magic Mushroom powder
  • zeezout en versgemalen zwarte peper naar smaak
  • 60 ml balsamico azijn
  • olijfolie + kokosolie (ghee of reuzel kan ook, maar ik koos kokosolie om de saus vegan te houden)

Doe genoeg olijfolie en kokosolie (half om half) in een (gietijzeren) pot om de bodem ruim te bedekken (niet gierig zijn!). Fruit de fijngesneden ui en knoflook 5 minuten. Voeg de zongedroogde tomatenpasta toe en laat nog een paar minuten fruiten.

Hak ondertussen de aubergines in de keukenmachine tot fijne stukjes. Doe het ‘aubergine-gehakt’ mee in de pot en hak dan de champignons ook tot ‘gehakt’. Doe in de pot, kruid met de Magic Mushroom powder en laat 5 minuten fruiten, tot het vet helemaal opgeslorpt is door de groenten. Voeg de passata en balsamico azijn toe en roer goed door. Breng aan de kook. Laat de saus op een laag uur gedurende ongeveer 2 uur sudderen. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer met ‘zucchetti’. Deze saus is ook erg lekker lauw of koud als dipsaus met bv. bakbananen-chips!

Torta caprese met hazelnoten

Oei, deze blogpost staat al even in de wachtrij! De foto staat hier al een jaar in ‘draft’ te wachten op het recept :) . Aangezien de temperatuur wat gezakt is, kan nu de oven wel weer aan voor een lekker gebakje, niet?  De Torta Caprese komt oorspronkelijk van het eiland Capri, en is een chocoladetaart op basis van amandelen; hij is dus ‘van nature’ glutenvrij! Ik maakte er een met hazelnoten i.p.v. amandelen, en vulde ze met hazelnootpasta voor een feestelijke taart. Maar ook zonder vulling is deze taart al erg lekker!

  • 120 gr donkere chocolade (80% cacaomassa)
  • 120 gr hazelnoten
  • 120 gr boter of ghee
  • 100 gr bloemsuiker (ik gebruik bloemsuiker van ongeraffineerde rietsuiker, een volgende keer wil ik ze eens met kokosbloesemsuiker maken)
  • 4 eieren, gesplitst
  • 15 gr cacao
  • 20 gr zetmeel (arrowroot of tapioca)
  • snufje zout

Verwarm de oven voor op 180°C.

Verdeel de hazelnoten over een bakplaat en rooster ze 10 minuten in de oven. Haal ze uit de oven en schud ze van de plaat in een handdoek. Wrijf ze flink rond in de handdoek, opdat de meeste bruine pelletjes loskomen. Leg de hazelnoten opzij en laat ze afkoelen.

Smelt de boter of ghee in een pannetje met dikke bodem. Hak de afgekoelde hazelnoten met het zetmeel fijn in de keukenmachine.

Klop de eierdooiers met de helft van de suiker. Voeg de gemalen hazelnoten, gezeefde cacao en gesmolten chocolade en boter erbij.

Klop de eiwitten op met de snuf zout en de overige suiker. Hef het voorzichtig onder het beslag.

Vet een springvorm in en giet het beslag hierin (gebruik een kleinere, hogere springvorm als je het gebak wilt vullen). Bak gedurende 35 minuten. Ontvorm en laat op een rooster afkoelen.

Voor de hazelnootpasta:

Smelt 100 gr boter (of ghee) met 100 gr chocolade en meng met 200 gr hazelnootboter. Laat afkoelen. Snijd de torta caprese in 3 lagen en verdeel de vulling over 2 lagen. Dek af met de 3de laag en werk af met chocoladeganache (half om half chocolade en room) indien gewenst.

 

Paleo hamburger broodjes

Ik had al een paar pogingen gewaagd, maar echt succesvol waren ze toch niet te noemen. Eetbaar, ja. Goed te doen. Valt mee. Maar de textuur van een echt broodje kreeg ik toch nooit te pakken.  Met amandelmeel waren ze te zwaar, met kokosmeel te droog (en mijn darmen houden daar niet van, helaas!), met tapioca te taai. Enter mijn nieuwe favoriete meelsoort: cassave! OK, het is niet gelijk een echte pistolet of broodje van bij de bakker, maar wel lekker! Ze laten zich mooi snijden en vallen niet uit elkaar (wat met noten- of kokosmeel wel makkelijk gebeurd). En ook de smaak komt eigenlijk best dicht bij een broodsmaak. Mijn altijd sceptische zonen (toch zeker wat het brood-achtige baksels betref) vonden ze lekker. En ik heb zelf ook gesmuld! Voor mij was eentje meer dan genoeg, mijn puberjongens hebben er wel 2 gegeten, en als ik ze niet tegenhield nog een 3de ook (waar blijven ze het steken, die jongens!).

  • 250 ml lauwe amandelmelk
  • 150 à 250 ml lauw water
  • 1 eetlepel vetstof (ik gebruikte reuzel, maar ghee of boter kan ook)
  • 2 theelepels droge gist
  • 500 gr cassavemeel
  • 2 eetlepels psyllium husk (vlozaadvezel)
  • 1 theelepel zout
  • 1 ei + 1 losgeklopt ei
  • sesamzaadjes

Doe de lauwe melk, gesmolten vetstof en gist in een kommetje en meng goed. Laat 5 minuten staan.

Doe ondertussen het cassavemeel, de vlozaadvezel en het hele ei in de mengkom van een keukenmachine (of een grote kom). Voeg het gistmengsel toe en begin te mengen. Voeg nu beetje bij beetje het lauwe water toe tot je een stevig maar niet te droog deeg krijgt.

Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken en rol er bolletjes van. Leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat. Laat 45 minuten rijzen.

Bestrijk de broodjes met het losgeklopte ei en bestrooi met sesamzaadjes.

Verwarm de oven voor op 190°C en bak de broodjes gedurende 20 minuten. Laat ze op een rooster afkoelen.

Broccolipuree met pijnboompitjes en basilicum

Ik heb het geprobeerd he, maar het lukt niet. Ook deze keer weer niet. Gewoon een recept namaken, ik kan dat niet! Een recept is voor mij een bron van inspiratie, ik ga ermee aan de slag, maar ik verander altijd wel iets. Ik zag deze broccoli-puree met basilicum passeren op Paleo.be en ik wist dat ik die wou maken, maar als ik naar het recept keek gingen de radertjes in mijn hoofd er meteen mee aan de haal. Hmm, die look meekoken, en dan gewoon die olijfolie eronder? Dat kan krachtiger, dat ga ik zo en zo en zo doen. En zo gaat dat elke keer. Niet dat ik dat erg vind, want meestal klopt het wel. Ik was bang dat het originele recept wat aan de flauwe kant zou zijn voor onze smaakpapillen, want wij houden wel van stevige smaken hier :) . Umami, noemen ze dat. En umami zit in verschillende dingen, bv. in tomaten. Of in (gedroogde) paddestoelen. En ook in ansjovis, en daarom deed ik die erbij. En zo was hij toch net pittig genoeg. Ik eet momenteel weer geen nachtschades, want anders had ik er zeker ook een flinke snuf chilivlokken onder gedaan!

  • 3 stronkjes broccoli, ik heb de stronken zelf gepeld en in fijne stukjes bij de roosjes gedaan
  • 3 teentjes knoflook, in 4 gesneden
  • +/- 6 eetlepels olijfolie
  • 100 gr pijnboompitjes
  • 10-tal blaadjes basilicum (ik gebruikte Thaise basilicum, want die had ik staan)
  • 4 flinke ansjovisfilets
  • zeezout en versgemalen zwarte peper
  • eventueel flinke snuf chili (vlokken of poeder)

Doe de broccoli (roosjes + stukjes stronk) en een kookpot, voeg water toe tot de roosjes bijna onderstaan, breng aan de kook en laat een 10-tal minuten koken. Giet ze dan af in een vergiet.

Giet ondertussen de olijfolie in een steelpannetje, voeg de ansjovisfilets en de knoflookstukjes toe en zet op een laag vuurtje. Laat de olijfolie een 5-tal minuten pruttelen, tot de ansjovisfilet opgelost is en de knoflook lichtbruin kleurt. Zet opzij. Rooster de pijnboompitten op middelhoog vuur in een droge koekenpan, tot ze een mooi bruin kleurtje hebben. Zet opzij.

Doe de broccoli (eventueel in delen) in een keukenrobot, voeg de olijfolie met ansjovis en knoflook toe en maal tot een grove puree. Voeg 2 handenvol pijnboompitten toe en laat nog kort draaien, tot de pijnboompitten fijngehakt zijn. Breng op smaak met zeezout en zwarte peper. Als de puree te droog is nog een beetje olijfolie bijvoegen.

Garneer met de overige pijnboompitten (en een ansjovisfilet, voor de liefhebbers – ik ben er dol op!). Serveer met een lekker stukje varkensvlees, zoals deze heerlijk lekkere kotelet van Mangalica varken.

Paleo soezen: glutenvrij, melkvrij en heerlijk lekker!

Soezen, éclairs, choukes, wie kent ze niet? Bij de bakker hier in België liggen de langwerpige éclairs met pastijbakkersroom of ronde soezen met slagroom en vers fruit te blinken in de etalage. In het buitenland zie je ze eerder als roomsoezen of als de kleine, ronde profiteroles, overgoten met chocoladesaus. Enige tijd terug maakte ik ze al met tapioca zetmeel en boter als vetstof, vandaag wou ik ze ook lactose-vrij maken. Ik maakte vandaag 2 versies: de eerste is met ghee, de 2de met kokosolie. Beide zwollen mooi op in de oven, maar alleen de versie met ghee proefde net als “the real thing”. De versie met kokosolie is niet krokant maar zacht, en is vanbinnen eerder cake-achtig in plaats van hol. De smaak is niet slecht, en ja ze zijn lekker, maar niet als echte soezen dus.

Ik wou de soezen vullen met melkvrije banketbakkersroom (op basis van amandel- en kokosmelk), maar daar liep iets mis mee (ja, dat gebeurt mij ook!): hij wou maar niet opstijven. Ik heb er dan maar ijs van gemaakt en daar de soezen mee gevuld, waarna ik ze afwerkte met chocolade ganache. Een uurtje in de diepvriezer en dan proeven maar! Mijn testpubliek: alle 3 mijn puberzonen. De oudste is echt anti-‘granenvrij’ (hij verzucht regelmatig of ik niet “gewoon” kan bakken voor hem: nee dus, mijn keuken blijft glutenvrij!) en hij vond de soezen heel erg lekker! Hij zei dat je er niet aan kan proeven dat ze granenvrij zijn :D . Dat vind ik het grootste compliment dat hij kon geven :D .

  • 50 gr ghee of boter (kokosolie kan ook, maar lees hierboven waarom ik het niet aanraad)
  • 100 ml water
  • 75 gr cassavemeel OF tapioca (cassavemeel is een fijn meel, gemaakt van de hele manioc-wortel. Tapioca is enkel het zetmeel; gebruik niet de bolletjes, maar het poeder!)
  • 2 eieren
  • 1 losgeklopt ei
  • banketbakkersroom (recept volgt nog), vanille-ijs of opgeklopte slagroom voor de vulling
  • 50 gr pure chocolade en 50 gr kokosroom voor de ganache

Verwarm de oven voor op 220°C.

Doe het water met de vetstof in een steelpan en breng aan de kook. Neem de pan van het vuur, voeg het meel in één keer toe en roer flink met een spatel tot een vast deeg. Zet de steelpan terug op een laag vuur en roer de deegbal droog tot hij niet meer aan de bodem kleeft: roer flink en wees niet te snel tevreden, deze stap is belangrijk! Je krijgt er wel stevige bovenarmen van :D . Haal de pan weerom van het vuur en voeg het eerste ei toe. Roer stevig met de spatel tot het deeg het ei volledig heeft opgenomen en weer een stevige bol vormt. Voeg het 2de ei toe en roer weer flink met de spatel tot het deeg weer het hele ei heeft opgenomen. Als je nu een deel van het deeg op je spatel neemt, moet dit er als een dikke blob afglijden. Als het deeg nog te stevig is, voeg dan nog een deel van het losgeklopte ei toe (een klein beetje per keer! Beter wat te weinig als teveel!). Als het deeg goed gemengd is, doe het dan in een spuitzak met effen spuitmond. Bekleed een bakplaat met bakpapier, en spuit staafjes van +/- 10 cm lengte (voor éclairs) of rondjes van +/- 5 cm doorsnee (voor soezen) op de bakplaat. Laat voldoende ruimte (ruim 5 cm) tussen elk staafje/rondje, want de soezen verdubbelen in omgang!

Bestrijk de bovenkant van de soezen met de overschot van het losgeklopte ei. Ga voorzichtig met de bolle kant van een vork over de bovenkant (dit vermindert de kans op “wildbakken”). Zet de bakplaat in de oven en laat 15 minuten bakken. Zet dan de ovendeur op een kiertje om de damp te laten ontsnappen (ik stopte er een opgevouwen pannenlapje tussen, zodat de deur niet te ver open stond) en laat zo nog 5 minuten bakken. Haal de plaat uit de oven en laat de soezen afkoelen op een rooster.

Maak de ganache: snijd 50 gr chocolade in kleine stukjes en doe deze in een kommetje. Verwarm 50 gr kokosroom tot het kookpunt en giet dat over de stukjes chocola. Laat even staan en roer dan met een garde tot een gladde ganache.

Doe de banketbakkersroom (of het vanille-ijs, zie basisrecept hier – laat de speksnoepjes weg) in een spuitzak met effen spuitmond. Maak een gat in elke soes en spuit ze vol vulling. Je kan de soezen ook opensnijden en vullen met opgeklopte slagroom en schijfjes vers fruit (heerlijk met aardbeien!). Doop de bovenkant van de soezen in de ganache en zet in de koelkast/ diepvriezer om de ganache te laten opstijven.

Als je de soezen vult met ijs, haal ze dan 15 minuten voor consumeren uit de diepvriezer, zodat het ijs wat zachter kan worden.

Soezen